
Spuitfiguurtjes
* papier of plasticfolie
* papieren spuitcornetjes Callebaut CORNET-Z
* getempereerde chocolade (donkere, melk- en witte)
Vouw de spuitcornetjes en vul ze elk met een getempereerde chocolade van één kleur.
Spuit eerst motiefjes en figuurtjes op het papier in één chocolade.
Laat slechts zeer kort even opstijven en breng de details aan in een andere chocoladetint.
Laat uitharden op kamertemperatuur (20°C). Indien te warm: even laten uitharden op kamertemperatuur en daarna eventueel in een koelkast plaatsen (10°C). Heel mooi voor patisseriestukjes, desserts, ...
Om los te maken van het papier: schuif de vingers onder het papier en trek het zachtjes naar beneden. Zo komen de figuurtjes los zonder te breken. Gebruik geen mes om onder de figuurtjes te steken bij het losmaken. Trek ze ook niet rechtstreeks van het papier los. De fijne lijntjes kunnen immers makkelijk breken.
In donkere of
melkchocolade:
Alle basistypes
met standaard viscositeit (
)
zijn
perfect voor deze afwerking. Ze hebben de ideale viscositeit om in
een fijn tot dun straaltje gespoten te kunnen worden. Voor iets
grover detailwerk kan u best een iets minder vloeibaar
chocoladetype kiezen: 2% à 6% minder cacaoboter. Door hun lager
cacaoboterpercentage zijn ze minder lopend en spuit u ze in een
iets dikkere straal. U herkent ze aan de letters B tot F voor de
basiscode (
).
In witte chocolade:
Wilt
u detailspuitwerk met witte chocolade, kies dan een chocolade met
minder cacaoboter. De witte chocolade met
standaardviscositeit (
)
is
immers door de samenstelling iets te vloeibaar om er verzorgd
detailwerk mee uit te voeren. Ideaal zijn dus de types met 2% à 6%
minder cacaoboter. U herkent ze aan de letters B tot F voor de
basiscode (
).
