
Gedompelde pralines
Materiaal: Dompelvork
Druk de tanden van de dompelvork zacht in de chocoladecoating van de praline zodra de het chocoladelaagje minimaal gestold is. Niet te lang wachten! De chocolade moet nog steeds vloeibaar zijn om goede resultaten te boeken.
De vork optillen. Niet trekken of schrapen met de vork over het chocoladeoppervlak.
Materiaal: Afdrukapparaatje met bladgoud (24K)
U kunt deze afwerking toepassen zodra de chocoladecoating begint te harden. Deze mag niet volledig uitgehard zijn omdat dan het goud niet goed vastzit op de chocolade en de lichtste beweging deze kan losmaken. De knop indrukken op het bladgoud druktoestel op een beetje van de bladgoud strip uit te duwen.
Met het apparaatje licht drukken op de praline.
Dit laat een klein stipje bladgoud achter – een zeer elegante toets.
Materiaal: Plasticfolie met bedrukking in chocolade of suiker
Als de pralines pas gedompeld zijn en de chocolade nog vloeibaar is:
Een stukje afdrukfolie (met de bedrukte zijde naar onder) zachtjes aandrukken op het pralineoppervlak. Let op: niet schuiven!
Met de achterkant van de dompelvork zacht drukken op de folie.
De folie pas weghalen als de chocoladeschaal volledig uitgehard is. Anders kunt u de chocoladeschaal beschadigen. De folie geeft de chocoladecoating een uitgesproken glans en de print bezorgt het een uniek karakter.
Materiaal: Reepjes plasticfolie met een fijn tot medium reliëfmotief.
Als de pralines pas gedompeld zijn en de chocolade nog vloeibaar is:
Druk een stukje reliëffolie zachtjes op het pralineoppervlak. Let op: niet schuiven!
Een inox liniaal over de folie laten glijden zodat deze volledig contact maakt met het chocoladeoppervlak.
De folie pas weghalen als de chocoladeschaal volledig uitgehard is! Anders trekt u de chocoladeschaal kapot. Het reliëfmotief van de folie zit nu op het glanzende pralineoppervlak.
Nodig:
* Papieren spuitzakjes (Callebaut CORNET-Z)
* Getempereerde melkchocolade, donkere chocolade of witte chocolade
naar keuze
Als de chocolade rond de pralines uitgehard is:
Vouw en vul de spuitcornetjes met een andere getempereerde chocolade. Kies een contrasterende chocolade voor deze decoraties.
Spuit lijntjes, een bladmotief, uw initialen, ... op het pralineoppervlak en laat uitharden. Voor fijne details, zoals lijntjes, cirkels, ... : spuit in bruuske bewegingen vanop enkele centimeters hoogte op de pralines. Voor dikkere of grovere details: houd het spuitcornetje (bijna) tegen het pralineoppervlak en maak trage bewegingen.
In donkere of
melkchocolade:
De basistypes met standaard viscositeit (
) zijn
perfect voor deze afwerking. Zij hebben de ideale viscositeit om
fijne tot medium details te maken. Voor grovere details kunt u best
een iets minder vloeibaar chocoladetype kiezen, 2 tot 6% minder
cacaoboter dan de standaard viscositeit. Door hun lager cacaoboter
gehalte zijn deze minder vloeibaar en kunt u ze spuiten in een iets
dikkere straal. U herkent ze aan de letters B tot F voor de
basiscode (
).
In witte chocolade:
Als u detailspuitwerk met witte chocolade wilt, kies dan een minder
vloeibaar type. De standaardviscositeiten zijn immers door hun
samenstelling iets te vloeibaar om verzorgd detailwerk mee uit te
voeren. Ideaal zijn dus de types met 2% tot 6% minder cacaoboter. U
herkent ze aan de letters B tot F voor de basiscode (
).
