Menu

Geschiedenis

Chocolade wordt ook vaak het “voedsel van de goden” genoemd. Dit verwijst uiteraard naar de hemelse smaak van chocolade en het plezier bij het eten ervan, maar er is meer. Deze benaming kan zijn oorsprong hebben in de precolumbiaanse godsdienst die cacao voor het eerst teelde en consumeerde als chocolade.

De Azteken aanbaden de gevederde god en koning van de Tolteken, Quetzalcoatl, die cacao naar de aarde bracht als een geschenk voor de mensheid. Quetzalcoatl werd verbannen na hevige ruzie met hogepriester Tezcatlipoca. Hij kon op een vlot ontsnappen naar de open zee. Gedurende eeuwen geloofden de Azteken dat Quetzalcoatl naar hun land zou terugkeren in het jaar 1519 … het jaar dat de Spaanse veroveraar Cortés en zijn mannen voor het eerst landden in Mexico in de nieuwe wereld en exact op dezelfde plaats waar Quetzalcoatl was ontsnapt toen hij wegvoer op zee. Het is dan ook niet verbazend dat de Azteekse keizer Montezuma, Cortés hield voor de teruggekeerde Quetzalcoatl. Aangezien zij cacao offerden voor Quetzalcoatl, deden zij dit ook aan de verbaasde, ietwat ontgoochelde Cortés, die goud had verwacht. Zeer snel ontdekte Cortés echter de economische waarde en het culturele belang van cacao voor de Azteken: het begon met een geschenk van de nieuwe aan de oude wereld, maar had een onbeschrijfelijke impact!

De Maya’s vereerden een god met een zwart gezicht en een lange neus: de cacaogod Ek Chuak. Verder werden vaak vazen gevuld met cacaobonen gebruikt als offer aan de goden bij begrafenissen van vooraanstaande mannen in de Mayageschiedenis.

De Maya’s en later de Azteken waren de eersten die cacao “teelden”. Zij noemden het “cacau”. Cacao was één van de kostbare ingrediënten voor de bereiding van “xocoatl”, een donkere, bittere en pikante chocoladedrank. De smaak en samenstelling was zeer verschillend van onze huidige chocolade en de drank werd bereid bij speciale gelegenheden zoals religieuze ceremonies en feesten.

Antropologen hebben ontdekt dat cacao reeds een belangrijke economische en sociale rol speelde in de gemeenschappen die leefden in de Ulúavallei in Honduras, 4000 jaar geleden.

In de Maya- en Azteekse cultuur was cacao niet enkel het kostbare ingrediënt voor hun “xocoatl”, maar was het ook algemeen aanvaard als betaalmiddel. Het was in feite deze economische waarde die cacao zo aantrekkelijk maakte bij de Spaanse veroveraars. Zij gebruikten cacao en cacaobonen als betaalmiddel voor pompoenen (4 bonen), slaven (100 bonen) … bij de Azteken, die een monetair stelsel hadden ontwikkeld gebaseerd op cacao: 400 cacaobonen waren 1 zontle, 20 zontles kwamen overeen met één xiquipil.
De eerste cacaoplantages werden rond 1550 aangelegd door de Spaanse kolonisten in Mexico. Om het bittere drankje aan te passen aan de smaak van de Europeanen, begon een gemeenschap kloosterzusters in Oaxaca rietsuiker, anijs en kaneel toe te voegen aan het recept. Vanaf toen begon de aantrekkingskracht van chocolade zich te verspreiden over de volledige koloniale bevolking in Centraal- en Latijns-Amerika.

Bernard Diaz del Castillo – een metgezel van Cortés – zei het volgende over chocolade: “Het plezier om chocolade te consumeren doet iemand de hele dag werken. Het houdt vermoeidheid weg, zonder dat iemand de behoefte heeft om te eten of te drinken.”

Gelijkaardige getuigenissen van wetenschappers, dokters, antropologen uit de 17e eeuw schreven een aantal opmerkelijke geneeskrachtige eigenschappen toe aan cacao en chocolade. Deze waren eerder gebaseerd op persoonlijke ervaringen dan op wetenschappelijke bewijzen. Dit stond in schril contrast met wat de Europese clerus dacht van chocolade, een “zondige verleiding” en een “voedsel dat lust en decadentie opwekt”.

Chocolade werd in de 16e en 17e eeuw geïntroduceerd in Europa – exclusief in Spanje. Chocolade was een privilege voor de aristocratie en de clerus aan de koninklijke hoven. Chocolade zou pas aan het begin van de 20e eeuw zijn intrede doen bij het grote publiek, toen de industriële chocoladeproductie echt op gang kwam. Zelfs toen bleef het een luxeproduct voor volwassenen, enkel voor speciale gelegenheden, feesten of tedere momenten tussen vrienden en geliefden.

Dames van adel maakten er een gewoonte van chocolade te eten tijdens de lange kerkdiensten. Dit hielp hen eentonige gebeden en preken te doorstaan zonder een appelflauwte te krijgen. De clerus keurde deze gewoonten niet goed en probeerde chocolade te bannen, door het als zondig te beschouwen.

De Spanjaarden verdedigden hun chocolademonopolie tot in de 17e eeuw. Toen ontdekte een Italiaan, Antonio Carletti – die vaak naar West-Indië en Spanje reisde – het recept voor zoete chocolade en publiceerde het in zijn reisverslagen. De Italianen vielen onmiddellijk voor de goddelijke, zoete smaak en vele "cioccolatieri" werden gevestigd in het noorden van Italië, met Perugia als chocoladecentrum en Venetië als bakermat van de eerste chocoladewinkels.

Dilemma: aangezien chocolade meestal geconsumeerd werd als drank en veel minder werd verwerkt in koeken of desserts, rees de vraag of het toegelaten was om chocolade te gebruiken tijdens de vastenperiode. Pas in 1662 bevestigde kardinaal Francesco Maria Brancaccio: “Als een vloeistof: ja. Als vast voedsel: neen.”

Chocolade is niet altijd de harde, glanzende en knapperige delicatesse geweest die we vandaag de dag kennen. Tot halverwege de 19e eeuw werd chocolade meestal genuttigd als een drank: geperste stukken chocoladepoeder werden in hete melk of water geroerd en opgelost.

De uitvinding van de cacaopers door de Nederlander Coenraad Van Houten in 1828 gaf industriële voedselproducenten de eerste stimuli en instrumenten om onze “moderne”, vaste chocolade te ontwikkelen. Geschiedkundigen zijn het er niet over eens wie de eerste was die chocolade in vaste vorm heeft geproduceerd. De Britse familie Fry beweert echter de allereerste reep chocolade op de markt te hebben gebracht.

Wanneer kregen kinderen voor het eerst toegang tot chocolade? De eerste tekenen van chocolade die op de markt gebracht werd voor kinderen dateren pas van de jaren 1930. In die tijd was chocolade algemeen aanvaard als voedzaam en het gemiddelde gezinsinkomen was aan het stijgen. Marketingspecialisten beschouwden dit als een opportuniteit om chocolade een jong en nieuw imago te geven. Het ontwerp van de verpakking en de productontwikkeling waren specifiek gericht op jongeren, om hun zin in chocolade te ontwikkelen. Het is onnodig te zeggen dat ze daar heel snel in geslaagd zijn.

We gebruiken cookies om ons te helpen uw ervaring op onze websites verbeteren. Wilt u cookies accepteren? Aanvaarden Meer info