TREND: Dessertdiners
De verleiding ten topHoe vaak hunkeren mensen niet stiekem, tijdens de maaltijd, naar het dessert? Die vaststelling heeft ervoor gezorgd dat sedert enkele jaren wordt getracht mensen meteen datgene te geven waar ze zo naar verlangen. Het dessertdiner is geboren: voor-, hoofd- en nadessert moeten het summum van genot opleveren. Maar hoe wordt dit best aangepakt?
Desserts hebben de wind in de zeilen. Zelfs ‘dessert only’-restaurants zijn in opkomst. Dat merkt ook Dave Beeckmans, die ervaring verwierf als patissier bij het toenmalige sterrenrestaurant Sir Anthony Van Dijck (met Marc Paesbrugge), bij patisserie Magnus en als chefpatissier bij conceptrestaurant Nico Central (van sterrenkok Nico Ladenis); later werd hij Executive Chef bij onder meer het Brusselse Dominican Hotel of, vandaag, bij Radisson Blu Park Lane Hotel te Antwerpen. “Dessert only-restaurants maken vooral kans in landen die bekend zijn om hun culinaire uitbundigheid,” legt hij uit. “Spanje en Frankrijk, bijvoorbeeld. Of Nederland: op gastronomisch vlak is dat land sterk in opkomst. Ook in België maken ze kans, vooral dan indien er een cross-over is met de keuken.” En, uiteraard, spelen dessertdiners in dergelijke restaurants een hoofdrol. Maar uiteraard bekoren ze ook gasten in gangbare eetgelegenheden.
Uitgekiend opbouwen geblazen!
Een dessertdiner moet verstandig worden opgebouwd, zodat verveling onmogelijk kan toeslaan. Dat betekent: zorgen voor voldoende tegenstelling tussen zoet en zuur, een bittertje en zelfs wat pikanterie, voor zachte romigheid en een krokante beet, voor fris fruit naast warme zachtheid. (...) Dave Beeckmans streeft bij zijn creaties naar ‘tease & please’: ‘plagen & verwennen’. “Het voordessert moet vooral ‘teasen’ zijn,” legt hij uit. “Het is het eerste wat de mensen zien: het moet hen zin geven meer te eten door hen mooie en onverwachte combinaties te laten zien, door hen nieuwsgierig te maken: ‘dit was verrassend, wat kan hierna komen’? Het hoofddessert kan mijns inziens zowel warm, tiède als koud zijn, maar is wel best romig en vol van smaak. Het nadessert moet de apotheose zijn van het diner: fris, krachtig, intens; een smaakbom, maar niet te vol of te zwaar. En inderdaad, bij dit alles blijft het belangrijk voldoende tegenstelling te integreren, zodat de klant alles wil proeven van het eerste tot het laatste; het volledig smaakpallet moet aanwezig zijn.”
Sprekende voorbeelden
Laten we dergelijke benaderingen van dessertdiners illustreren
met enkele voorbeelden. (...) Het jonge, Amsterdamse
restaurant ‘Sucre’, dat veel aandacht besteedt aan
desserts en vier- en vijfgangmenu’s aanbiedt die er geheel uit zijn
opgebouwd, vertaalt de zoektocht naar bekorende tegenstellingen met
vanille-cheesecake of warme broodpudding met appel en
kaneelroomijs, verschillende chocoladedesserts of een ‘Thriller’:
een crème brûlée van espresso, chocolademousse met kardemom en
ijskoffie.
Dave Beeckmans komt dan weer met, als voordessert,
een granité van groene asperge in een krokantje van gerookte
parmaham. Het frisse en koude van het geschraapt ijs in de granité
contrasteert met het zoute, umami en krokante van de gerookte
Parmaham. Een weinig kaas ‘tête de moines’ accentueert nog de umami
beleving. Het hoofddessert is een zelfgemaakte nougat van (drie
soorten) geitenkazen met rucola, gekaramaliseerde walnoten met
streepje chocolade, komkommer en een pittige dressing van sambal.
Hierbij overheersen zout, pittig en zoet. Als nagerecht is gekozen
voor een bavarois van komkommer met warme chocoladesaus.
Dave Beeckmans: “Ik koos heel bewust voor drie cross-overs. Groene
asperges verwacht niemand als dessert. Geitenkaas is heel klassiek,
maar niet wanneer het wordt aangeboden als zoet, onder vorm van
nougat en met noten. En dan die komkommer als nadessert, dat is
alleszins eveneens een verrassing.”
Hij stelt nog meer mogelijke componenten van
dessertdiners voor. Gekonfijte tomaat met sorbet van tijm
als hoofddessert, bijvoorbeeld. Pasta dolcini (zoete ravioli’s
gevuld met crème brûlé, pistache, chocolade, limoen of tiramisu) is
wat zwaarder, en daardoor geschikter als hoofddessert. Voorts noemt
hij zijn creatie ‘pasta bolofraise’ (zoete pasta met stukjes
aardbei in plaats van vlees, en geraspte witte chocolade in plaats
van kaas; een voltreffer bij kinderen), romig witloofijs, pomme
neuf van granny smith gegratineerd met amandelroom en
peperijs,…
Drankenrijkdom
Dus, bij een dessertdiner wordt fris begonnen, maar vol
geëindigd. Wat dan met de dranken? Wel, die gaan mee in dezelfde
maat. Een voorbeeld hoe zich dit vertaalt, wordt gegeven door de
bekende sommelier Steve Bettens.
Een voordessert van citroensorbet met aardbeien combineert hij met
natuurlijk verbouwde Auslese Riesling Trittenheimer Apotheke 2008
van het domein Eva Clüsserath. Een hoofddessert van
stracciatella-ijs met frambozen vindt een goede combinatie met een
21 jaar oude Old Rare Tawny van het domein Anvers uit Langhorne
Creek Hills, Australië, en tenslotte wordt het nadessert van
koffie-ijs en yoghurtmousse met amandel vergezeld van een vijf jaar
oude Alvada madeira van het huis Blandy’s. Beeckmans: “Maar er zijn
nog heel wat andere dranken mogelijk. Da’s net het
leuke aan dessertdiners: je kan ze combineren met alle mogelijke
dranken. Bier, bijvoorbeeld, zou er heel mooi mee
samengaan, omdat je er alle facetten in terugvindt, en ze zowel
heel licht als heel zwaar kunnen zijn, net als wijn. Zo kan worden
begonnen met Hoegaarden en geëindigd met zwaardere, donkere bieren.
Jenevers en likeuren kunnen ook worden overwogen.
Zo kan worden begonnen met een fruitige Limoncello. Onder meer bij
het hoofddessert kan Elixir d’Anvers: het past zeer goed bij
desserten, omdat het zo fris en kruidig is. Gevaar is wel dat het
snel overheerst. Eindigen kan met zwaardere likeuren en
spirituelen, zoals Armagnac of Cognac. Voorts kan worden gewerkt
met verschillende koffieblends: beginnen met een
fris type, en eindigend met een zware blend. Inzake
thee is het analoog: begin bijvoorbeeld met een
licht geparfumeerde Earl Grey, om dan via een meer fruitige
theesoort zoals citroenmelisse te eindigen met een zwaar type,
zoals een klassieke English blend.”
Maar, hamert Dave Beeckmans: dessertdiners kunnen enkel slagen
wanneer ze worden gecreëerd door vakmensen met veel productkennis.
Zoals: het beschikken over voldoende chemische basiskennis, weten
welke producten er zijn, hoe ze reageren in een bepaalde
(bijvoorbeeld zure) context, bij welke temperaturen ze moeten
worden geserveerd, … Wie neemt de handschoen op?
Uit: Horeca Revue, april 2011 – www.horecaplatform.be